Bandmicrofoon

De werking van een bandmicrofoon:
Een dun strookje aluminium, geplaatst tussen twee magneten, wordt in trilling gebracht door geluid. De beweging van het aluminium bandje in het magnetisch veld, tussen beide magneten levert een klein electrisch stroompje, dat daarna door een versterker weer omgezet kan worden in geluid.
Bandmicrofoons worden vaak Ribbon Microfoons genoemd (in het Engels heet het aluminium bandje ‘Ribbon’). In de Verenigde Staten werd vroeger vaak de naam ‘Velocity Microphone’ gebruikt.
Bandmicrofoons zijn aan beide kanten even gevoelig voor geluid, zodat ze bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden bij interviews, waarbij de interviewer aan de ene kant in de microfoon spreekt en de geinterviewde persoon aan de andere kant. Zo kunnen ze ook gebruikt worden door twee zangers.

Aan de zijkanten zijn bandmicrofoons ongevoelig voor geluid, dat kwam goed uit bij filmopnames, waar door de juiste positionering, bandmicrofoons van de lawaaierige cameras geen geluid oppikten.
Dit opname patroon wordt ‘figure of eight’ , of ‘acht vormig’ genoemd.
Koolmicrofoons

Werking van de Reisz koolmicrofoon:
koolstofkorrels, met daarin twee elektroden en afgedekt door een rubber membraan, worden door geluidstrillingen dichter op elkaar gedrukt.
Gekoppeld aan een batterij kunnen deze drukverschillen worden omgezet in een electrisch stroompje, wat later weer kan worden terugvertaald in geluid.

Het opname patroon van een koolmicrofoon is Omni
Dynamische microfoons

Werking van de dynamische microfoon:
een aantal windingen koperdraad, met daaraan bevestigd een membraam, beweegt onder invloed van geluid langs een magnetische spoel.
De ontstane elektrische stroom kan daarna worden versterkt.
De werking is eigenlijk precies het omgekeerde principe van een luidspreker.


Dynamische microfoons hebben een richtingsgevoelige (cardioïde) karakteristiek, of een rondom gevoelige (omni).
Condensatormicrofoons

Kijken: mini-docu 100 jaar condensator microfoons
Werkingsprincipe: een vaste elektrode en een beweeglijk membraan (diafragma)vormen een condensator, waarvan de capaciteit onder invloed van geluidsgolven verandert. Dit levert een klein electrisch stroompje, dat in de microfoon zelf versterkt wordt en vervolgens kan worden geregistreerd.
Condensatormicrofoons zijn vaak van hoge kwaliteit en worden veel in studio’s gebruikt. Voor de werking is een voedingsbron nodig, tegenwoordig is dat meestal ‘fantoomspanning’, (12 tot 48 volt), geleverd door de mengtafel waarop de microfoon is aangesloten. Buizen condensatormicrofoons hebben een eigen externe voeding nodig.

Het opname patroon van een condensatormicrofoon kan gevariëerd worden, als er twee gelijke diafragma’s worden gebruikt, met daartussen de vaste elektrode.
Door ze ten op zichte van elkaar te laten veranderen van lading, kunnen alle typen patronen worden gevormd; omni, acht of niervormig.
