DE MEEST MYSTERIEUZE DYNAMISCHE MICROFOON

De Telefunken ELA M203/1 is wellicht de meest mysterieuze microfoon die ik ken. Hij intrigeerde me al vanaf het moment dat ik hem voor het eerst zag, en ik ma afvroeg: “Wat is dit in vredesnaam voor een beest?”
In tegenstelling tot de meeste andere microfoons is er daar maar heel weinig informatie over te vinden. Hoewel Telefunken vrijwel elk jaar catalogi uitbracht, kwam dit model daarin nooit voor – wat mogelijk te maken heeft met de Tweede Wereldoorlog, een periode waarin het merendeel van de productie bestemd was voor militaire doeleinden.
Het betreft een dynamische microfoon met een luidsprekerconus achtig diafragma en een grote Alnico-magneet, waardoor het apparaat maar liefst 2,5 kilogram weegt! De productie vond waarschijnlijk plaats tussen 1936 en circa 1945. Hoewel Telefunken in feite een verkooporganisatie was en geen fabrikant van microfoons, lijkt dit model geen ‘OEM’-product (ingekocht bij een andere fabrikant) te zijn. Ook de connector is uniek; deze werd bij geen enkele andere microfoon gebruikt.
De ELA M 203/1 was vermoedelijk bedoeld als bureaumicrofoon; er zijn twee verschillende ophangsystemen bekend: het exemplaar dat hier afgebeeld is en een variant met een U-vorm. De statiefvoet is ook uniek. Uiteraard kon hij ook wel op een vloerstandaard worden geplaatst.
Maar niet alleen de herkomst van deze microfoon is een mysterie; dat geldt ook voor het ontwerp. Eerdere dynamische microfoons hadden allemaal een omnidirectioneel (rondomgevoelig) opnamepatroon, en de eerste dynamische microfoon met een cardioïde (nier-)karakteristiek verscheen pas in 1939: de beroemde Shure 55, ook wel bekend als de ‘Fatboy’.
De ELA M 203/1 is echter een ouder ontwerp dat wel degelijk over een directioneel opnamepatroon beschikt.
De sleuven aan weerszijden van de microfoon zorgen ervoor dat geluidsgolven de achterzijde van het membraan kunnen bereiken – een essentieel kenmerk van een cardioïde ontwerp.
Ik heb met de microfoon geëxperimenteerd en vastgesteld dat hij inderdaad een directioneel opnamepatroon heeft. Het verbaast me dat anderen dit niet eerder hebben opgemerkt; in de schaarse informatie die over dit ‘beest’ bestaat, wordt hij namelijk omschreven als een omnidirectioneel type.
Helaas geeft de microfoon zijn ontwerpgeheimen niet prijs: het is me niet gelukt hem te openen voor inspectie. De schroeven laten zich niet losdraaien zonder ze te beschadigen, en aangezien de microfoon nog uitstekend werkt, wil ik niets forceren waar ik achteraf spijt van zou kunnen krijgen.
Dit type microfoon duikt zo nu en dan op, meestal voor absurde prijzen.
Het frequentiebereik ligt rond de 50–8000 Hz; dat is beperkt voor moderne begrippen, maar vergelijkbaar met de gerespecteerde RCA 74B Jr en de PB 90 – modellen die in menig studio worden gebruikt. De klank van de ELA M 203/1 is vol en zeker bruikbaar.
Als er iemand meer kan vertellen over deze mysterieuze microfoon, of wellicht foto’s van het binnenwerk kan leveren, dan hoor ik dat heel graag. Voorlopig blijft het een raadsel.


